In mijn vorige bijdrage schreef ik over het onderscheid tussen reflexbeslissingen en échte besluitvorming.
Maar zodra duidelijk wordt dat er een besluit nodig is, volgt een tweede uitdaging: het proces systematisch doorlopen.
Een goed besluitvormingsproces vraagt om structuur, discipline en het vermogen om afstand te nemen van de dagelijkse drukte. Veel leiders weten dit… maar in de praktijk wint snelheid het vaak van zorgvuldigheid.
Onderstaande fasering helpt om complexe problemen beheersbaar te maken en tot betere, onderbouwde keuzes te komen.
1. Voorfase – Bouw aan bewustzijn en voorbereiding
-
Ken je benchmark: zit je op schema?
-
Monitor symptomen en manage uitzonderingen.
-
Wees voorbereid op het onverwachte — ontwikkel eventueel een rampscenario.
Zoals Gary Klein (expert in naturalistic decision making) beschrijft: “Prepared minds notice more.”
Voorbereiding vergroot de kans dat je signalen vroegtijdig oppikt.
2. Herkenning – Begrijp de afwijking
-
Als je niet op schema ligt: hoe erg is dat werkelijk?
-
Wat heeft de afwijking veroorzaakt?
-
Richt je op de oorzaak, niet op het symptoom.
In veel organisaties gaat het mis omdat men te snel “de brand blust” in plaats van te onderzoeken waarom deze telkens oplaait.
3. Doelstelling – Formuleer richting en duidelijkheid
-
Wat is de exacte doelstelling?
-
Is deze scherp genoeg geformuleerd?
-
Heb je hulp nodig om dit beter te definiëren?
-
Kan het doel beter of slimmer?
-
Past het bij het lange termijnplan?
Peter Drucker stelde al: “If you can’t measure it, you can’t manage it.”
Een vage doelstelling maakt goede besluitvorming onmogelijk.
4. Evaluatie – Breng het speelveld in kaart
a) Het probleem analyseren
-
Wat zijn de bepalende factoren?
-
Welk gewicht heeft elke factor?
-
Wie of wat wordt hierdoor geraakt?
b) Actiescenario’s ontwikkelen
-
Maak zoveel mogelijke scenario’s als realistisch is.
-
Welke leiden echt tot het gewenste resultaat?
-
Is een oplossing tijdelijk (stop-gap) of structureel?
-
Sluit deze aan bij de lange-termijn koers?
-
Kunnen we leven met een nieuwe norm?
-
Welke neveneffecten moet je meenemen?
Goede besluitvorming is zelden lineair; het vraagt om het verkennen van alternatieven en het durven overwegen van minder voor de hand liggende opties.
5. Actie – Voer uit én communiceer
-
Start pas wanneer duidelijk is wát je doet en waarom.
-
Heb je alle betrokkenen tijdig geïnformeerd?
-
Begrijpt iedereen de impact en verwachtingen?
Een besluit dat niet goed gecommuniceerd wordt, werkt in de praktijk zelden zoals bedoeld.
6. Meten – Voortgang bewaken
-
Monitor de resultaten continu.
-
Herhaal de stappen uit de Voorfase om je vooruitgang te toetsen.
-
Lig je opnieuw niet op schema? Ga terug naar de fase Herkenning.
Meten is geen afronding, maar een integraal deel van besluitvorming. Zonder terugkoppeling kunnen ook correcte besluiten verkeerd uitpakken.
7. Beoordelen – Reflecteer en borg
-
Is het doel echt bereikt?
-
Is het onderliggende probleem opgelost?
-
Kan het opnieuw gebeuren?
-
Hoe voorkom je herhaling?
-
Kun je de opgedane inzichten elders toepassen?
-
Heeft dit invloed op toekomstige doelstellingen?
Organisaties die structureel reflecteren, worden aantoonbaar sneller en beter in besluitvorming — omdat elke ervaring voeding wordt voor de volgende.
En dan… terug naar de Voorfase
Systematische besluitvorming is geen lineair proces, maar een doorlopende cyclus.
Elke evaluatie legt weer nieuwe kennis bloot, die de kwaliteit van toekomstige besluiten verhoogt.
Tip: houd besluitvorming in organisaties simpel genoeg om te werken, maar rijk genoeg om effectief te blijven. Zoek de balans! Besluit voldoende zorgvuldig en altijd met structuur.
Ondersteuning of begeleiding nodig? Zoek ons op.


0 reacties